VIDEO: Doel, de vernietiging van een dorp

 
 



 
 

Persmededeling Doel 2020, 20 augustus 2015

Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelt: slibopspuiting in de Nieuw Arenbergpolder in de gemeente Beveren is illegaal

Stedenbouwkundig ambtenaar had nooit vergunning mogen verlenen

In een recent bekend gemaakt arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen staat dat de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar ten onrechte een bouwvergunning heeft afgeleverd voor slibopspuiting in de zogenaamde C59 zone in de Nieuw Arenbergpolder in Kieldrecht, Beveren. De Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft deze beslissing vernietigd.

De slibopspuitingen in de Nieuw Arenbergpolder vonden plaats in sinds de lente van dit jaar en zijn het gevolg van de werken aan de Deurganckdoksluis. Die vrijgekomen specie moest gedumpt in het ongebruikte Doeldok maar dat is maar deels gebeurd. De rest werd in de lente van dit jaar gedumpt in de Nieuw Arenbergpolder, in "een niet-voorziene spuitzone" van meer dan 20 ha. Het gaat om vruchtbare akkers in een polder met ecologische en cultuurhistorische waarde.

De gemeente Beveren oordeelde eerder dat bezwaren van landbouwers en omwonenden gegrond waren. Het gebied ligt in "Schorren en polders van de beneden-Schelde" en behoort tot de laatste intacte polder: de Nieuw Arenbergpolder. Maar ondanks de bezwaren gaf de gewestelijk ambtenaar toch een vergunning.

Bij de feitelijk aanleg van de persdijken rond het toekomstig baggerstort was er ook al heel wat commotie bij landbouwers en het Polderbestuur het Land van Waas. De dijken waren niet in overeenstemming met de vergunning gezet en te zwak om de massa baggerspecie op te vangen die op amper twee weken moest gedumpt. In deze kwestie werd uiteindelijk een vergelijk bedongen met de Polder Land van Waas maar of het vergelijk ook de toets van de wettelijkheid doorstaat is twijfelachtig.

Nu stelt de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat de afgeleverde vergunning voor het storten van slib in de Nieuw Arenbergpolder in strijd is met het RUP Waaslandhaven. Daarin staat namelijk bepaald dat het gedeelte van de Nieuw Arenbergpolder enkel mocht ingenomen worden voor het Deurganckdok (niet voor de Deurganckdoksluis) en belangrijker: enkel indien alle alternatieven zijn opgebruikt. Dat laatste kwam expliciet naar voor in het MER van het Deurganckdok. Daarin werd gesteld dat "een grondbalans wordt nagestreefd waarbij zo weinig mogelijk(!) poldergrond wordt ingenomen." Volgens het MER moest de zogenaamde C59 worden opgevat als reserve en "indien mogelijk zal de Arenbergpolder volledig gevrijwaard worden van opspuitingen", aldus het MER.

Volgens de Raad voor Vergunningsbetwistingen bevat "noch het aanvraagdossier, noch de screeningsnota een onderzoek van mogelijke bergingslocaties voor de specie. (...) uit het dossier blijkt evenmin waarom de bergingscapaciteit van het noordelijk gedeelte van het Doeldok, dat in het MER-rapport voor de werken van de Deurganckdoksluis ruim voldoende werd geacht , nu niet meer volstaat." Het slotoordeel van de raad voor Vergunningsbetwistingen is ronduit vernietigend voor de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar die de vergunning goedkeurde. Volgens de Raad berust zijn beslissing om een vergunning af te leveren louter op de verklaring van de aanvrager.

De Raad plaatst indirect ook een kanttekening bij het gunstig advies dat de administratie 'Natuur en Bos' afleverde voor de vernietiging van 20 ha polderland. Volgens het advies van 'Natuur en Bos' kwamen er geen natuurwaarden in het gedrang terwijl het gebied mee deel uitmaakt van "Schorren en polders van de Beneden-Schelde". De Raad voor Vergunningsbetwistingen verwijst naar het decreet op het natuurbehoud en stelt dat "de overheid er bij een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning voor moet zorgen dat op geen enkele wijze vermijdbare schade aan de natuur ontstaat, hetgeen een onderzoek impliceert van een mogelijke alternatieve wijze van uitvoeren van het aangevraagde project."

De overheid is daarmee niet aan haar proefstuk toe. In 2008 – 2009 was het dezelfde gewestelijke ambtenaar die geen haar zag in de aflevering van tientallen sloopvergunningen voor het dorp Doel terwijl het dorp officieel woongebied was. Ook toen heeft de rechtbank de sloopvergunningen ongedaan gemaakt. Toch ging de gewestelijke ambtenaar sedertdien ongestoord door met het afleveren van vergunningen allerhande die Doel en het omliggende poldergebied verder aantasten en zonder meer de argumentatie van de aanvragende overheid overnemen. Momenteel behandelt de Raad voor Vergunningsbetwistingen nog andere beroepen tegen vergunningen die deze hoge ambtenaar heeft afgeleverd. Volgens de advocaten van D2020 is het minste dat kan gezegd worden dat er sprake is van onzorgvuldige besluitvorming en een schijn van partijdigheid.