BOEK: Doel2020. Het gevecht om Doel en de polder (door Jan Creve)

€ 24,- overschrijving op rek. nr. BE 26 4186 0588 9129 van Doel2020, vermelding van je adres en "Bestelling boek Doel 2020"

 
 

Persmededeling Doel 2020, 27 oktober 2018

Harde garanties zijn noodzakelijke voorwaarde bij havenplan Weyts

Op het actorenoverleg van 25 oktober (Complex Project 'Extra containercapaciteit Antwerpen') werden de onderzoeksresultaten van het negende alternatief voorgesteld. Dit alternatief, gelanceerd door minister Weyts in juni van dit jaar, omvat een Saeftinghedok-light ten zuiden van Doel, gecombineerd met een aantal inbreidingsmaatregelen. Daarbij wordt 100 hectare poldergebied ingenomen. Doel en de polders boven de Engelsesteenweg blijven gespaard. Tegelijk voorziet het alternatief in een mogelijke toename van de containerbehandelingscapaciteit tot 7 miljoen TEU.

Uit de onderzoeksresultaten die bekend gemaakt werden blijkt dat het alternatief het beste (of minst slecht) scoort wat betreft de impact op de omgeving. Voor Doel 2020 is alleszins duidelijk dat er nu geen enkele reden meer is voor het verdwijnen van Doel of voor grote grondinnames. Een verdere economische groei van de haven kan worden gerealiseerd zonder dat het ganse poldergebied rond Doel moet worden opgeofferd.



Alternatief negen bevat de mogelijkheid om tot een gedragen consensus te komen. Maar het is duidelijk dat daarbij de draagkracht van de regio op de eerste plaats moet komen. Dat wil zeggen: harde garanties voor de leefbaarheid van de regio. Saarbij zijn behoud van bewoning en blijvende toekomst voor de landbouw voor Doel 2020 noodzakelijke voorwaarden bij dit plan.

Het succes van dit alternatief hangt ook af van de manier waarop een oplossing wordt gegeven aan het mobiliteitsprobleem en de aantasting van waardevolle natuur. De toename in containerbehandeling mag de mobiliteit in de ruime omgeving niet verder aantasten. Minister Weyts engageert zich ertoe dat het vrachtverkeer op de weg niet zal toenemen als gevolg van dit plan. We zien initiatieven om dit te bewerkstelligen, maar het blijft voorlopig koffiedik kijken in welke mate dit in de uitvoering kan hard gemaakt worden.

Andere kwestie is de aantasting van natuurwaarden en de inname van tijdelijke natuurcompensaties in de haven. In het GRUP voor het oorspronkelijke Saeftinghedok was hiervoor een natuurcompensatieplan ontwikkeld dat de vernietiging van 800 hectare polders omvatte. Deze aanpak is door het Europees Hof van Justitie en de Raad van State van tafel geveegd. Het is duidelijk dat een terugkeer naar deze aanpak niet meer mogelijk is. Enkel in consensus met ŗlle betrokkenen gen met respect voor de bestaande omgeving en het landschap is een oplossing mogelijk.