VIDEO: Doel, de vernietiging van een dorp

 
 
BOEK: Waarom Doel en de polders (niet) weg moeten

€ 12,- overschrijving op rek. nr. 418-6058891-29 van Doel2020, vermelding "Bestelling boek"

 
 

Persmededeling Doel 2020, 19 november 2016

Één van de grootste gifstorten uit de Vlaamse geschiedenis bevindt zich in de Antwerpse Haven, vlak bij de Schelde...

Overheden en betrokkenen zwijgen al méér dan 50 jaar over deze milieuramp

Recente bevindingen van een 21-jarige student uit Melsele hebben onthuld dat zich op de Antwerpse Rechteroever al méér dan 50 jaar een gigantisch gifstort bevindt. Voor een sanering van het terrein heeft het Antwerps Havenbedrijf intussen niet minder dan 22 miljoen euro gereserveerd voor sanering. Of dat volstaat valt nog te bezien. Het gifstort werd gebruikt tot en met 1970. Sedertdien is er niets gebeurd om de impact voor het milieu te beperken. Het bekend worden van het gigantische vervuilingsdossier komt op een moment dat de Haven nog meer wil inzetten op uitbreiding van petrochemische en chemische nijverheid. Dat dat geen onschuldige keuze betreft mag blijken uit dit dossier...

Het vervuilde gebied betreft het vroegere Fort (Sint-)Filips, tussen de Schelde en de Scheldelaan op zo'n 2,5 km onder de Van Cauwelaertsluis. Het gaat om een voormalig 19de eeuws Brialmont-fort dat bij het begin van WO I werd gedynamiteerd door het Belgisch leger. Vanaf de jaren '50 lieten de Antwerpse industrie, de stad én het leger er hun petroleumafval verbranden. Dat duurde tot 1970, toen het ophield omwille van de vele klachten over de aanhoudende stankhinder.

Tot 2013 gebeurde er niets met de site. Pas vanaf 2013 werden er in opdracht van de eigenaar van het gebied, het Havenbedrijf Antwerpen, onderzoeken gedaan. Dat gebeurde in alle discretie. Tot de 21-jarige student Lukas De Clercq uit Melsele afgelopen dagen met het verhaal uitpakte op Apache. Zijn conclusies zijn onthutsend: tussen 1959 en augustus 1970 werd op deze plek minstens 48 miljoen liter industrieel afval - vooral afvalolie en olierestanten - gedumpt en gedeeltelijk verbrand. Wat er voor 1959 gebeurde, weten we niet. 48 miljoen liter is ruwweg de omvang van de olieramp met de Exxon Valdez, de Amerikaanse olietanker die in 1989 honderden kilometers kust in Alaska besmeurde met minstens 41 miljoen liter ruwe olie.

Overal in dit overwoekerde gebied liggen in de blubber roestige olievaten en plastic bidons. In de kelders van het fort bevindt zich een immense teermassa.

Het bodemonderzoek stelt dat er "sprake is van een onmiddellijke of reële actuele bedreiging voor de veiligheid of welzijn van de mens en er een reële actuele bedreiging uitgaat van de verontreiniging naar naburig oppervlaktewater én er een ecotoxicologisch risico bestaat". Volgens het onderzoek werden grote concentraties vastgesteld van minerale oliën, pure olie (tot 97% aub), benzeen, tolueen, gechloreerde koolwaterstoffen, zware metalen, enz. Dat alles met vervuilingen tot een "zaklaag" van 22 meter diep. Zo wordt voor vinylchloride 17.400 keer de saneringsnorm overschreden, voor PCB's 120 keer, voor xylenen 960 keer, voor polyaromatische koolwaterstoffen tot 41 keer. Volgens De Clercq maken de rapporten gewag van onder meer 385 kg enorm toxische pcb's. Ter vergelijking: bij de dioxinecrisis van 1999 ging het om 50 kilogram.

http://lukasdc.eu/essays/fort-sint-filips

Voor Doel 2020 is dit dossier de illustratie van het feit dat de peptalk van het Antwerps Havenbedrijf over welvaart en jobs ook een gitzwarte kant heeft. Het feit dat gedurende tientallen jaren lang in alle talen over dit dossier gezwegen is maakt de argwaan tegenover verdere uitbreidingsplannen en deals met petrochemische bedrijven méér dan gewettigd. Het dossier over Fort St Philippe maakt bovendien duidelijk dat aan de uitbreiding van de Haven ook een zware maatschappelijke kost zit die niet altijd zichtbaar is.